Kinderen leren taal in de alledaagse momenten die ze delen met de mensen om zich heen. Je hebt geen speciale hulpmiddelen nodig, alleen eenvoudige, warme interacties die verweven zijn met het dagelijks leven.
Praat de dag door
Vertel wat je doet, benoem voorwerpen en beschrijf wat je kind ziet. Veel woorden horen, in context, geeft kinderen het ruwe materiaal dat ze nodig hebben om hun eigen taal op te bouwen.
Volg zijn initiatief
Als je kind wijst, brabbelt of een woord zegt, reageer dan met interesse en voeg een beetje toe. Zegt het 'hond', dan kun je zeggen 'ja, een grote bruine hond'. Dit heen en weer is een van de krachtigste manieren waarop kinderen leren praten.
Lees en zing samen
Boeken en liedjes delen, al is het een paar minuten per dag, introduceert nieuwe woorden en ritmes op een manier waar kinderen van houden. Laat ze de bladzijden omslaan, naar plaatjes wijzen en meedoen.
Elk kind ontwikkelt taal op zijn eigen tempo. Als je je zorgen maakt over het spreken of begrijpen van je kind, kan een professional houvast en geruststelling bieden.
